Coach of partner rebounder geeft pass van onder de basket naar de schutter op de perimeter. Schutter vangt in schietpositie, zet voeten neer, stijgt op en schiet — geen dribbel, geen aarzeling.
De meest voorkomende schot in modern basketbal: de catch-and-shoot drie na een kick-out.
• Handen klaar VÓÓr de vangst — vingertopppen omhoog
• Vangen met voeten klaar om te schieten — 'shooting pocket'
• Schouders recht op de ring op de weg omhoog
• Dezelfde release elke keer — geen denken
• Follow-through vasthouden totdat de bal raakt
Voeg beweging toe — sprinten naar de plek, stoppen op een stuiver, vangen en schieten. Verdediger die dichtsluit (live) — schot of drive lezen. Sneluur: 5 plekken, 1 bal, geen rebounder, tussenin sprinten.