Twee spelers: aanvaller één pass verwijderd van de bal, verdediger in volledige denial (arm in passlijn, palm naar buiten, ogen op bal én speler). Coach probeert vijf passes; verdediger moet minstens drie onderscheppen of afslaan.
Hier begint groot teamverdedigingswerk: de makkelijke pass onmogelijk maken.
Onderarm in de passlijn, NIET tegen de aanvaller (dat's een fout).
Palm naar buiten, vingers wijd — groter doelwit voor afslaan.
Open houding — zie bal EN speler op dezelfde lijn.
Beweeg mee met de aanvaller — nooit contactverlies.
Hand bij de bal, niet bij de speler.
Driemansoefening: coach, aanvaller, verdediger — aanvaller kan naar de bal flitsen. Voeg 'back-cut' optie toe — als verdediger te veel speelt, snijdt aanvaller erachter voor een layup. Accepteer hulp van derde verdediger.